petrainafrika.reismee.nl

Twee uitersten

Op zaterdagavond liep ik met Oegandees gezelschap in het donker op straat. In Oeganda is het standaard donker rond een uurtje of zeven. We waren onderweg naar de supermarkt op zoek naar een lekker rood wijntje. Four Cousins is dé wijn hier in Oeganda. Uiteraard drinken Oegandezen vooral mierzoete wijn, dus een droge was ook niet te vinden in deze supermarkt. En geloof mij, wijn is hier ontzettend duur. Maar vooruit, waarom ook niet?

Even later zat ik met hetzelfde gezelschap te genieten van mijn rode wijn, op een plastic stoel onder een prachtige groene boom. We hadden ons eigen terrasje gecreëerd. Terwijl we een spelletje speelden, bleven vrienden van mijn gezelschap komen en gaan. Ja, ik had het naar mijn zin, voelde me op mijn gemak!

Je zou denken dat dit een vredige scene is voor in een film, maar ons eigen terrasje was in de ‘getto’ van Kampala, zoals de Oegandezen het zelf omschreven. Terwijl ik van de peperdure wijn genoot, zag ik kinderen die in Nederland allang op bed zouden liggen, naar het waterpunt lopen om de jerrycans te vullen. Kinderen die niet naar school gaan, omdat het niet betaald kan worden.

Een meter vanaf dit waterpunt merkte ik een kroeg op, voor zover ik het een kroeg kan noemen. Het is enkel een donkere container waar alcohol werd verkocht. Buiten deze container stonden twee houten bankjes, bezet door klanten die al vanaf de vroege ochtend Ugandan Waragi (rum) dronken. Klanten die broodmager zijn en volgens mijn gezelschap allemaal een goede reden hebben om naar de fles te grijpen. Wat zullen al deze redenen toch zijn?

Achter de kroeg was een smal steegje, waar ik tot mijn grote schrik een dame gehurkt zag zitten. De penetrante geur die ik eerder al had opgemerkt, bevestigde dat zij aan het urineren was en dat deze dame absoluut niet de eerste is. Een steegje waar iedereen zijn behoefte doet, die volgegooid is met afval en tevens het pad is naar het huis van mijn gezelschap. Dit huis is enkel een kamer met een bed.

En net toen ik de omgeving in mij opnam en mij afvroeg hoe de toekomst van al deze mensen eruit zal zien, hoorde ik Ă©Ă©n van de vrienden zeggen: “Be blessed you are here, many people don’t have this life!” en langzaam liet ik deze woorden tot me doordringen


De volgende dag werd ik uitgenodigd door hetzelfde gezelschap om mee te gaan naar een goede kennis. Samen stapten we op de boda (brommertaxi). We reden door een rustige en groene wijk, waarvan ik dacht dat deze volgebouwd stond met prachtige hotels die enkel voor rijke lui bedoeld was. “Hier is het!”, hoorde ik mijn gezelschap zeggen.

Nadat ik het elektrische hek open zag gaan, werd ik verwelkomd door een vriendelijke Oegandese man, die er rond en gezond uit zag. Hij droeg opvallende gelakte blauwe schoenen met een slangenprint (niet per se mijn keus). Ondanks het tien uur in de ochtend was, bood deze meneer mij een sterke drank aan. “Nee, bedankt” en eventjes moest ik grinniken dat zowel in de ‘getto’ als in deze ‘rijkelui-buurt’ in de vroege uurtjes alcohol benuttigd wordt.

Niet veel later zat ik in mijn eentje aan een lange keukentafel thee te drinken, terwijl de marmeren vloer in mijn ogen glinsterde. Ik werd sociaal gedwongen het eten te voltooien, dat maar bleef komen. Voldoende voor een heel weeshuis. Onbewust strekte ik mijn rug, at ik het brood met mes en vork en depte ik keurig mijn mond af met een servet (nee, normaal is dit niet mijn stijl). Ik voelde me opgelaten en hoorde langzaam de secondewijzer tikken. Ik realiseerde me dat dit geen hotel, maar een té grote woning is voor een gezin met één kind, waarvan het huishouden wordt gerund door vier personeelsleden die in dienst zijn van dezelfde vriendelijke man die me verwelkomde. Waar bleef mijn gezelschap? Waarom zit ik hier alleen in deze té grote keuken? Had ik tóch maar voor die sterke drank gekozen.

In Ă©Ă©n weekend heb ik de twee uitersten van Oeganda gezien. De ‘getto’ en het ‘rijkelui-buurt’. Een bijzondere en waardevol ervaring. Mijn gezelschap en zijn vrienden waren het er unaniem over eens dat ik beter pas in de ‘getto’. Ik glimlach nu ik terug denk aan de woorden van mijn gezelschap: “Petra, ik woon in de getto, maar ik heb mij nog nooĂ­t arm gevoeld. Mijn moeder heeft mij dat geleerd. Ja, als kind verkochte ik bananen aan de weg, soms had ik een dag geen eten, maar de andere dag wist ik toch weer wat geld te verdienen. Ik leefde van dag tot dag. Ik heb geleerd dat ik moet strijden voor eten, de rijkelui-kinderen niet. En dĂĄt maakt mij rijk!”

Dus, ja: wat is nu eigenlijk rijkdom en armoede?


De bakkerij

“Geniet ervan, je gaat nog genoeg mogen werken!”. Dat werd vaak tegen me gezegd in de tijd dat ik als student verpleegkundige in Groningen woonde. Maar lieve mensen, weten jullie wel hoe druk een student het heeft? Ondragelijke studiestress, sporten, zĂ©lf eten koken en de was doen, een wijntje in de kroeg, een bijbaantje om dit allemaal te bekostigen en dan ook nog die ellendige stage! Inmiddels zie ik deze stageperiode als de brug tussen het studentenleven waar je zonder schaamte met een kater in de collegebanken verschijnt omdat je de voorgaande avond iets te diep in het glaasje hebt gekeken, naar het grote mensen leven waarin je iedere ochtend om zes uur moet opstaan omdat je opeens Ă©chte verantwoordelijkheden hebt. Wat heb ik achteraf veel geleerd van mijn stages en wat was het fan-tas-tisch om een student te zijn!

Trouwens, ik acht de kans zeer klein dat Goreth* hetzelfde over haar stage denkt als ik over de mijne. Goreth werd enkele weken geleden op pad gestuurd voor een stage bij een lokale bakkerij, omdat wij tijdens het schrijven van het projectplan realiseerden dat wij over te weinig kennis beschikken. En ik kan jullie verklappen: de lokale bakkerijen in Masaka hebben zeer weinig overeenkomsten met de bakkerijen in het mooie zuidoost Drenthe. De enige overeenkomst is de overweldigende geur van vers brood. De geur die je zintuigen prikkelt waardoor je eetlust enorm wordt versterkt.

Ik herinner me nog goed toen ik als tiener in de vroege ochtend naar de middelbare school fietste, de bakkerslucht al van veraf kon ruiken. Maar zodra ik hier de nabije omgeving van de lokale bakkerij passeer, word ik geconfronteerd met de misselijkmakende lucht van vuilnis-bulten die ik iedere 500 meter tegenkom. Daarnaast sluipt de geur van urine en verbrand plastic mijn neusgaten binnen.

Opeens wordt mijn strijd met al deze onaardigheden onderbroken, omdat ik een kinderstemmetje hoor roepen: “Petraaa!”. Het is Shadrack, het tweejarige zoontje van Goreth die beter mijn naam kan uitspreken dan mijn eigen neefje van dezelfde leeftijd. Best pijnlijke gedachten, want dit heeft absoluut niet met de ontwikkeling van mijn neefje te maken, maar met het feit dat ik te vaak en te veel in Oeganda ben. Bovendien gaat Shadrack altijd aan hand mee, dus ook naar de stage van zijn hoogzwangere mama. En ondanks ik van mening ben dat de bakkerij geen plek is voor een tweejarige, is dat in Oeganda geen enkel probleem en weet Shadrack zich prima te vermaken.

De bakkerij is een stoffige ruimte met een te klein venster dat voor het daglicht moet zorgen. Aan het plafond hangt een peertje te knipperen waar nauwelijks licht vanaf komt. De muren zijn van oorsprong wit, maar daar kom je enkel achter wanneer je met wat water en een spons gaat boenen. De houten werktafel in de hoek is rijk aan vele nerven en gleuven, waar vermoedelijk ontelbaar veel diertjes in wonen die met het blote oog niet te zien zijn. In de andere hoek staat een frituurpan, waarvan ik me afvraag wanneer het vet voor de laatste keer vervangen is. De frituurpan, waarvan ik weet dat deze loei-heet is, staat enkel op een gebroken emmertje die op de kop staat. En precies naast dit emmertje en de frituurpan zit Shadrack heerlijk te genieten van zijn cakeje, terwijl de loslopende kippen van de kruimels op de grond meegenieten. Zijn jullie ook zo benieuwd wat De Smaakpolitie hiervan zou vinden?

De lokale oven die brandt op hout, bestaat uit een constructie van stenen, klei en metaal. De oven staat achter de bakkerij in een te smal steegje. Zoals ik al verklapte kan deze oven, net als in de Nederlandse bakkerswereld, de heerlijke geur van versgebakken brood produceren. De geur die ik associeer met gezelligheid. En ik moet toegeven: ondanks de hygiëne volgens de Nederlandse normen en waarden ver te zoeken is, kunnen wij ontzetten veel leren van de gastvrijheid van deze prachtige mensen, het warme onthaal die bevestigd wordt met een grote glimlach en de vrijheid om een gezellig praatje te maken ondanks de volgende klant staat te wachten en de tijd tikt.

Terwijl ik mijn gedachten hun vrije loop laat en ik me realiseer dat ik over tien jaar met net zoveel enthousiasme (of misschien wel meer) terugkijk op deze periode als mijn studententijd, kijkt Goreth me afwachtend aan of ik ook zin heb in een heerlijke cakeje. Hm, ja, lekker! Waarom ook niet?

Een fijn weekend, lieve lezers!


*Goreth is een gedreven Oegandese dame die onderdeel uitmaakt van het team van Foundation of Hope (FOHO). Binnen dit team heeft zij de bakkerij als verantwoordelijkheid. Kortom, in dit prachtige Oeganda werk ik voornamelijk samen met Goreth om de bakkerij te realiseren.


Jij gaat dit gewoon doen!

“Jij gaat dit gewoon doen!” zei mijn collega, terwijl ik mijn twijfels uitsprak over mijn eventuele toekomstplannen. Zal ik ontslag nemen van mijn leuke baan als jeugdverpleegkundige en een langere tijd naar Oeganda gaan? Ga ik echt op zoek naar gedreven Afrika-liefhebbers die samen met mij een stichting willen oprichten? Een stichting voor de straatkinderen in Oeganda, in Afrika.

Ik herinner met dit gesprek als een dag van gisteren. Het was voorjaar 2018, een frisse maar zonnige dag. Ik stond een thee-smaakje uit te zoeken in de ietwat rommelige keuken van mijn collega. Een collega die me inspireert en zelfvertrouwen geeft. Inmiddels is deze inspirerende vrouw mijn ex-collega. Ik heb naar haar geluisterd. Ik heb het ‘gewoon’ gedaan!

De eerste stap was het vinden van gedreven Afrika-liefhebbers. De meeste mensen in mijn omgeving waren mijn verhalen over dat prachtige continent inmiddels beu. Balen! TĂłch heb ik Afrika-liefhebbers gevonden. Herinneren jullie je dat ik in 2017 ook in Oeganda ben geweest als vrijwilliger? Ik heb toen samengewerkt met een aantal Nederlandse dames. Inderdaad, allemaal op hetzelfde project: Foundation of Hope. Behalve dat we destijds sappige verhalen deelden over onze versnelde stoelgang, delen we ook onze liefde voor de straatkinderen in Masaka, Oeganda.

Toen ik een paar maanden later iets te enthousiast vertelde dat niet alleen de stichting een feit is, maar ook mijn ontslag als jeugdverpleegkundige, was er geen haar op mijn vaders hoofd die daarmee akkoord was. Zal papa daarom een kale bol hebben? Ben ik écht zo'n rampen-dochter? Ik voel nog zijn frustratie en zijn onmacht. Sorry pap, ik weet dat je vindt dat ik mijn spaargeld voor andere doeleinden kan gebruiken, maar ik ga jouw zorgen pas begrijpen als ik zelf moeder ben. Ik beloof je in ieder geval géén moeder te worden tijdens mijn avontuur in Oeganda. Oké?

Ik ben nu 7 maanden en 4 dagen aan de andere kan van de wereld. Ik spreek gebrekkig Engels, kan behoorlijk onhandig zijn, heb hier mijn 27ste verjaardag gevierd (8 juli) en ben officieel werkloos. Toch voelt dit als een soort van rijkdom. En ik ben dus – samen met de dames uit Nederland – de trotse eigenares van Stichting AfriCan Do.

Met AfriCan Do ondersteunen wij lokale projecten die zorg dragen voor straatkinderen. Wij richten ons uiteraard op Foundation of Hope (FOHO). Wij willen graag dat FOHO onafhankelijk wordt van sponsors en donateurs, oftewel zelfredzaam. Dit is haalbaar wanneer FOHO een eigen bron van inkomsten heeft. Daarom gaan wij samen met FOHO een bakkerij oprichten. De bakkerij waar wij in 2017 tevergeefs mee zijn gestart, maken we nu – hopelijk – een succesvolle onderneming!

Het beleidsplan is geschreven. De ANBI status is goedgekeurd. Het logo en de website zijn in de maak. Wij hopen gauw online te gaan en onze enthousiasme met jullie te mogen delen! Ondertussen volg ik in Oeganda de overweldigende geur van vers brood, om informatie te krijgen over andere lokale bakkerijen. Wij hebben er nu drie bezocht en Goreth (staffmember van FOHO) heeft een stage gehad bij Ă©Ă©n van deze bakkerijen. Kortom, wij zijn drukdoende met het verzamelen van informatie om een goed projectplan te schrijven voor onze eigen bakkerij.

Wij maken kleine, maar mooie stappen. Daar ben ik de dames in Nederland en alle andere hulp, ontzettend dankbaar voor, maar ik ben vooral dankbaar om het feit dat ik in dit prachtige land kan en mag zijn. Want eerlijk is eerlijk: ondanks ik me samen met de dames van AfriCan Do inzet voor de straatkinderen, ben ik vooral in Oeganda omdat het mijzelf een geluksgevoel geeft!

Een fijne dag, lieve lezers!

Oost-west, thuis-best

Eindelijk! Ik ben weer thuis. Neehee, wacht! Niet thuis-thuis. Niet in Nederland. Maar thuis in Oeganda, in Masaka. Mijn tijdelijk eigen stekje in Masaka voelt inmiddels Ă©cht als mijn thuis. Een heerlijk plekje!

Ik ben veel onderweg geweest de laatste tijd. Ik heb onder andere Jinja bezocht. Een knus stadje in het oosten van Oeganda. De plek waar de Nijl zijn lange weg begint door Afrika naar de Middellandse Zee. Een perfecte locatie voor een 4-daags festival: Nyege Nyege!

Vol goede moed vertrok ik vanuit Masaka met het openbaar vervoer. Ik als Nederlander, het langste volk ter wereld, is absoluut niet gemaakt voor het openbaar vervoer in Oeganda. De matatu is een gammel klein busje, die meer mensen vervoerd dan je lief is. En onderweg naar Jinja was ik gezegend met een zit-plek helemaal achterin, boven de laadruimte. Behalve dat deze zit-plek een halve meter dichterbij het plafond is gemonteerd ten opzichte van de andere bankjes, wat absoluut niet gunstig is gezien mijn lengte, voel je op deze plek ook het meest iedere hobbel in de weg. En ik kan jullie beloven, lieve lezers, in Oeganda zijn er héél véél hobbels in de weg. Lucky me!

Dus hoe dichterbij Jinja kwam, hoe meer mijn zin om te dansen verdween. Ook doordat ik me lichtelijk zorgen maakte over mijn slaapplek. Ik had keurig, samen met twee vriendinnetje, een tent en een matras gereserveerd op het festivalterrein. Je zou denken: laat los Peet, komt goed! Maar mijn ervaring van dit festival twee jaar geleden zitten nog vers in mijn geheugen: nadat wij zes uur wachtten, kregen we een tent zonder tentstokken en natte matrassen. Tot mijn grote verbazing was het nu puik geregeld. Check! Na een verkoelende douche*, met frisse moed, kon het feest ein-de-lijk beginnen

Tussen het prachtige decor van grote bomen met groene bladeren, het stromende water van de Nijl en een heldere hemel, stonden mensen van over de hele wereld zichtbaar te genieten. Er werd ritmisch bewogen op muziek. Ik vraag me nog steeds af of je dit dansen mag noemen. Want het zal me niet verbazen dat sommigen een publiekelijk orgasme krijgen van de dansstijl die zij op dat moment aannamen. Anderen genoten van een cocktail, ijskoud biertje, of een zelf gedraaide joint. Dat laatste werd vooral gerookt door de reggae mannen, die sloom (of relaxt) om zich heen keken of zachtjes meezongen, met of zonder zangtalent. En er werd natuurlijk geflirt. Daar is trouwens niets mis mee. Best gek trouwens. Als ik op de boda-boda (brommertaxi) door Masaka rijd, zie ik ze nooit. Maar hier op het festival zijn wel degelijk knappe Oegandese mannen. Daar waren mijn vriendinnetjes en ik het unaniem over eens. Ach, kijken op een afstandje mag toch?

En het kon je zomaar gebeuren dat je een drankje deed met die knappe, open-minded Oegandees, die in zijn dagelijkse leven in de achterstandswijken van Kampala leeft. Ja! Het was een fantastisch festival, ontspannen en met veel harmonie! Ondanks de verschillen in huidskleur, herkomst of levensstijl, was iedereen tijdens dit festival gelijk.

Terwijl ik de laatste woorden schrijf, hoor ik de ketel die op het vuur staat, fluiten. Heerlijk een kopje thee, zo voor het slapen gaan. Een thee die nergens anders zo lekker smaakt dan thuis. Oké, dat is niet waar. De thee die mama vroeger maakte met een wit schuimlaagje, vroeg in de ochtend voordat ik naar school ging, is nog altijd de lekkerste!

Slaap lekker!


* Deze verkoelende douche was trouwens ook gelijk mijn enigste douche in deze vier dagen. Al op dag twee waren alle water-tanken leeg, zonder dat deze opnieuw werden gevuld. Dus behalve dat het fijn was om weer thuis te zijn, was het ook heel aangenaam - vooral voor de mensen om me heen - om mijn lichaam grondig te schrobben en te boenen.



Beloofd (nu echt)!

Oké. Ik denk dat ik niet meer terug durf te komen naar Nederland. Enkel om het feit om jullie onder ogen te komen. Voor alle lieve mensen die betrokken zijn, geïnteresseerd zijn in mijn avontuur: sorry. Sorry dat ik mijn belofte niet ben nagekomen om jullie met enige regelmaat een update te geven over mijn leven hier. Mijn leven in Oeganda.

Inmiddels ben ik al ruim een half jaar in Oeganda en veel avonturen rijker. Ja, ik ben hier een gelukkig meisje dat geniet. Bovendien heb ik me uitstekend weten aan te passen aan het Oegandese tempo. In dat opzicht voldoe ik precies aan de verwachting om pas na een half jaar een blog te schrijven.

Dat is trouwens Ă©Ă©n van de redenen waarom ik het zo fijn vind in Oeganda, het tempo:

1. De mensen die me een beetje kennen weten dat ik al-tijd te laat kom. Hier is dat gewoon maatschappelijk toestaan. Sterker nog, het is eerder een uitzondering als je wél op tijd komt. Zo fijn!

2. Bovendien mag je op ieder moment van de dag slapen. Het kan je zomaar gebeuren wanneer je bij de buurtsuper een fles water haalt, je eerst de medewerker wakker moet porren. Kun jij je dit voorstellen bij de Spar in Zwartemeer? Slapende kassa-meisjes!

3. Tot slot. De Oegandese mannen houden van vrouwen met curve. Dus, ik heb al heel wat kerels van me af moeten slaan. En als je vraagt waarom de man geïnteresseerd is, zegt het zonder blikken of blozen: “because you’re fat!” Thanks schat!

En nu denken jullie allemaal dat ik hier in Oeganda ben om uit mijn neus te peuteren. Dat is niet waar! Ik maak me ook wel een beetje nuttig, daarover volgende keer meer. Beloofd (nu echt)! Maar ik ga eerst mijn dansmoves showen en biertjes drinken op een leuk Oegandees festival: Nyege Nyege.

Proost!

Mooie mensen, mooie herinneringen

Je zou bijna denken dat ik het ontzettend druk heb, gezien het feit dat ik al bijna twee weken van huis ben en nog steeds niets heb geschreven op mijn blog. Ik moet toegeven, de tijd vliegt met helemaal niets doen. Daar was ik echt eventjes aan toe.

Ondanks ik het in Nederland enorm naar mijn zin had met liefdevolle mensen om me heen en een leuke baan als jeugdverpleegkundige, heb ik een tijdje geleden toch mijn ontslag ingediend om vervolgens met een klein beetje spaargeld en zonder een retourticket op het vliegtuig te stappen richting Oeganda: de parel van Afrika! (PS: ik beloof weer terug te zijn voor NYE 2020)

Ik ben hier vooral om veel te leren van en over Afrika, om ervaring op te doen, inzichten te krijgen en om samen met de lokale bevolking een bakkerij op te richten die het straatkinderenproject steunt. Dezelfde bakkerij waar ik in 2017 met andere vrijwilligers energie in hebben gestoken. En dat laatste doe ik niet met de overtuiging om de wereld te verbeteren, maar vooral omdat ik er zelf een gelukkig meisje van word! Maar, natuurlijk hoop ik ontzettend dat het een succesvolle bakkerij wordt. En weet je wat ik ook zo leuk vind aan dit avontuur? Mooie mensen leren kennen.

Hoewel sommigen ook voor ongemakkelijke situaties kunnen zorgen. Op de heenweg liep ik door het gangpad van het vliegtuig op zoek naar mijn stoelnummer. Helemaal achterin, bij het raam. Ondertussen vertelde een zakenman van midden dertig – die ik pas 2 minuten kende – een onderneming te starten in Zuid Afrika. Iets met slimme techniek. Al gauw gaf ik deze zakenman de stempel ‘IWAB’. Een Ik Weet Alles Beter figuur. Iets in zijn gedrag irriteerde me. Zodoende maakte ik van binnen een vreugdedansje toen ik erachter kwam dat we niet naast elkaar zouden zitten. Blijkbaar gaf ik andere signalen af en vroeg een voor mij toen nog onbekende beleefde jongen iets wat ik liever niet wilde horen: “Willen jullie naast elkaar zitten?” Shit! Terwijl die zakenman duidelijk aan het jagen was en op dit aanbod wilde ingaan, wilde ik alles – behalve – naast deze IWAB zitten. We keken elkaar ongemakkelijk aan en subtiel probeerde ik duidelijk te maken dat ik hem nauwelijks ken en nam plaats op mijn eigen stoel naast de beleefde jongen.

Goede keus. Leuke vent, die beleefde jongen. Enthousiast, spontaan en we hadden gelijk een leuk gesprek. Al gauw werd ik gewaarschuwd door dezelfde jongen met de woorden: “ik heb vliegangst, dus als ik niet terug praat, is dat niets persoonlijks
” Vliegangst. Ik kon me er moeilijk een voorstelling van maken. Voor mij is vliegen hetzelfde als een treinreis. Ik heb trouwens Ă©Ă©n keer gepresteerd om op Amsterdam Centraal aan te komen terwijl Den Bosch mijn eindbestemming was. Door de driedubbele controle op het vliegveld is dat met het vliegtuig domweg niet haalbaar. Zie jij het al voor je? Denk je in het vliegtuig te zitten naar het zonnige Oeganda, blijk je in SiberiĂ« te landen en wordt je welkom geheten door Eskimo’s. Toch kon ik deze jongen er niet van overtuigen dat vliegen best leuk kan zijn. Sterker nog, op het moment dat wij de opdracht kregen om onze riemen vast te maken, veranderde het achterste gedeelte van het vliegtuig in een zwembad. Puur angstzweet.

Toen ons vliegtuig eenmaal de wielen uit klapte en deze de landingsbaan raakten, meldde de zakenman zich. Ik was hem even vergeten. “Zullen we zo een borrel drinken?” De jongen naast, die inmiddels weer bij zinnen was, gaf me een por en lachte: “hierover wil ik teruglezen in je blog”.

Nou, komt ie: we hebben geen borrel gedaan. Ik heb wel heel smakelijk toegekeken hoe de zakenman een te vettig broodje naar binnen werkte van de Burger King. Ik bedankte hem vriendelijk voor zijn gastvrijheid om mee te mogen eten. Vervolgens was hij zo vrij om mee te lopen naar de gate voor mijn overstap en voor ik het doorhad kreeg ik een vriendschappelijke knuffel. Ach, eigenlijk was hij gewoon aardig. Zo makkelijk gaat dat dus: vrienden maken.

Eenmaal aangekomen in Oeganda werd ik overspoeld met mooie herinneringen. De geur van het verbrande plastic. De boda drivers die met hun brommer een complete bananenboom vervoeren of zelfs een levende varken. De rode straten waarop schoolgaande kinderen ieder hun eigen weg bewandelen. Ja! Het is fijn om terug te zijn.

En tegelijkertijd een uitdaging. In Nederland was mijn (té) volle agenda een houvast voor me. Ik wist precies welk moment van de dag ik waar moest zijn en had nauwelijks tijd om na te denken. Velen zullen het herkennen: de Nederlandse drukte. Hier in Oeganda ben ik een vrij meisje zonder verplichtingen en afspraken, zit ik soms voor me uit te staren zonder een telefoon in mijn hand of een laptop voor mijn neus. Toch geeft deze vrijheid mij (nu nog) onrust. Deze innerlijke onrust heb ik mogen delen met een prachtig duo uit Nijmegen. Een oud-leraar en een schrijfster, liefdevolle mensen, ruimdenkend, met een positieve gedachtegang. Precies wat ik even nodig had.

Blij dat ik deze mooie mensen heb mogen leren kennen. Sommigen van deze mensen zal ik niet weer zien, sommigen misschien wel. Toch heeft ieder van hun een bijdrage aan mijn avontuur in Oeganda, de Ă©Ă©n meer dan de ander.

En nu ga ik verder met niets doen, gewoon omdat het kan!


Welkom op mijn Reislog!

Hallo en welkom op mijn reislog!

DĂ© plaats om op de hoogte te blijven van alle avonturen en ervaringen tijdens deze reis. Vanaf nu zul je hier dan ook regelmatig nieuwe verhalen en foto's vinden, en via de kaart weet je altijd precies waar ik me bevind en waar ik ben geweest! Meer informatie over mijzelf en de reis die ik ga maken vind je in het profiel.

Wil je automatisch een mailtje ontvangen wanneer er een nieuw verhaal of een nieuwe fotoserie op deze site staat? Meld je dan aan voor mijn mailinglijst door je e-mail adres achter te laten in de rechter kolom.

Ik zie je graag terug op mijn reislog en laat gerust af en toe eens een berichtje achter!

Leuk dat je met me meereist!

Groetjes,

Petra